Begrippenlijst

Korte, neutrale uitleg van begrippen die je bij onderzoekspeptiden vaak tegenkomt. Alfabetisch geordend.

Agonist

Een stof die op een receptor aangrijpt en daar een reactie in gang zet. Het tegenovergestelde is een antagonist, die de receptor juist blokkeert. Sommige peptiden zijn agonist op meerdere receptoren tegelijk.

Aminozuur

De bouwsteen van peptiden en eiwitten. De volgorde van aminozuren in een keten bepaalt de vorm en daarmee de eigenschappen van het molecuul.

BAC-water (bacteriostatisch water)

Water met een kleine hoeveelheid conserveermiddel dat de groei van bacterien remt. De term komt in de peptidewereld voor als oplosvloeistof. Op deze site wordt het uitsluitend als begrip uitgelegd; er worden geen instructies gegeven voor het klaarmaken of toedienen van materiaal.

Batch (partij)

Een specifiek geproduceerde hoeveelheid van een stof. Kwaliteitsgegevens zoals een COA horen bij een batch en gelden niet automatisch voor een andere.

COA (Certificate of Analysis)

Analyserapport bij een specifieke batch, dat aangeeft wat er aan die partij is gemeten, zoals zuiverheid en de gebruikte methode. Zie de pagina Kwaliteit & herkomst.

GLP-1

Glucagon-like peptide-1: een lichaamseigen hormoon dat een rol speelt bij de afgifte van insuline na een maaltijd en bij verzadigingssignalen. Verschillende geneesmiddelen en onderzoeksstoffen grijpen aan op de GLP-1-receptor.

Halfwaardetijd

De tijd waarin de hoeveelheid van een stof in een systeem tot de helft daalt. Een farmacologisch begrip dat aangeeft hoe snel een stof wordt afgebroken of uitgescheiden.

HPLC

High-Performance Liquid Chromatography: analysemethode die de bestanddelen van een monster scheidt, waarmee de zuiverheid kan worden bepaald. Vaak uitgedrukt als percentage.

Klinische fase

Aanduiding van het stadium van onderzoek bij mensen: fase 1 (veiligheid, kleine groep), fase 2 (werkzaamheid en dosisbereik), fase 3 (grote vergelijkende studies). Pas na fase 3 volgt een beoordeling voor registratie.

Lyofilisatie (vriesdrogen)

Droogtechniek waarbij een bevroren stof onder vacuum van water wordt ontdaan. Peptiden worden vaak gelyofiliseerd geleverd als droog poeder, omdat ze in droge vorm stabieler zijn dan opgelost.

Massaspectrometrie (MS)

Analysemethode die de massa van moleculen meet en zo bevestigt of een stof daadwerkelijk het verwachte molecuul is. Vult HPLC aan.

Peptide

Een korte keten aminozuren, verbonden door peptidebindingen. Korter dan een eiwit; als vuistregel geldt een lengte tot ongeveer vijftig aminozuren.

Peptidebinding

De chemische binding die twee aminozuren aan elkaar koppelt. De stofklasse dankt er haar naam aan.

Preklinisch onderzoek

Onderzoek dat plaatsvindt voor er mensen bij betrokken zijn: in reageerbuizen, celkweek en diermodellen. Resultaten uit preklinisch onderzoek zijn niet zonder meer naar mensen te vertalen.

Receptor

Een structuur, meestal op een celoppervlak, waar een signaalstof op past. Het aangrijpen van een receptor kan een biologische reactie op gang brengen.

Reconstitutie

Het weer oplossen van een gevriesdroogd poeder in een vloeistof. Hier uitgelegd als begrip binnen laboratorium- en onderzoekscontext; deze site geeft geen doserings- of bereidingsinstructies.

Regulatoire status

De juridische stand van zaken rond een stof: wel of niet goedgekeurd door instanties als EMA, FDA of CBG. Niet goedgekeurd betekent: geen geneesmiddel.

RUO (Research Use Only)

Aanduiding dat een stof of product uitsluitend bedoeld is voor onderzoeksdoeleinden en niet voor gebruik bij mens of dier.

Sequentie

De volgorde van aminozuren in een peptide. Bepaalt de driedimensionale vorm en daarmee met welke structuren het molecuul kan interacteren.

Zuiverheid

De mate waarin een monster uit de bedoelde stof bestaat en niet uit verontreinigingen of afbraakproducten. Zegt iets over samenstelling, niet over veiligheid of geschiktheid voor een doel.